08.10.2023

Cantate BWV 96

Herr Christ, der einge Gottessohn

Aanvang: 17.00 uur
Prijs:
Collecte bij uitgang

Categorie:

Op 8 oktober wordt om 17.00 Cantate BWV 96 Herr Christ, der einge Gottessohn uitgevoerd. Deze cantate schreef Bach voor 8 oktober 1724, de 18e zondag na Trinitatis, en behoorde tot Bachs tweede ‘jaargang’ van wekelijkse cantatecomposities. Deze jaargang begon in juni 1724, één jaar na zijn aanstelling in Leipzig.

Een reeks koraalcantates

De reeks cantates zou van eenzelfde unieke type worden: koraalcantates. Daarbij ligt aan elke cantate een gezang uit de kerkelijke liederenbundel (koraal) ten grondslag. Bij voorkeur een koraal dat behoort tot de vaste liederen van de betreffende zondag van het kerkelijk jaar. Van zo’n lied gebruikte Bach het eerste en laatste couplet als tekst voor openingskoor en slotkoraal; de overige, zogenoemde ‘binnenverzen’ werden door een ons niet bekende tekstdichter – wellicht de voormalige conrector van de Thomasschule Andreas Stübel – herdicht tot recitatieven en aria’s.

Herdichtingen en melodie

Deze ‘herdichtingen’ boden gelegenheid de cantatetekst ook nog te laten aansluiten bij de evangelielezing van de dag, waarop de cantate in principe betrekking moest hebben. De melodie van het koraal wordt steeds in eenvoudige vierstemmige harmonisering als slotkoraal gezongen, en klinkt als cantus firmus in lange noten in de vaak monumentale koraalfantasieën waarmee de cantates van deze jaargang beginnen.

Eén van de oudste protestantse kerkliederen

Het koraal met de beginregel Herr Christ, der einge Gottessohn is één van de oudste protestantse kerkliederen, door Luther gepubliceerd in zijn eerste Gesangbuch (Erfurt,1524). Het loflied van vijf coupletten wordt primair geassocieerd met Driekoningen (6 januari), het feest van de verschijning van Christus en de Wijzen uit het Oosten, die naar Bethlehem geleid werden door de Morgenster (regel 5); de tekst werd echter ook beschouwd als een weerlegging van de mening der Joodse schriftgeleerden in de evangelielezing van deze 18e zondag na Trinitatis (Matteüs 22: 34-46), dat de Messias slechts een zoon van David (en niet van God) is.

Voorganger in deze dienst is mevrouw Berthina van der Kamp. Het Bachkoor en -orkest staan onder leiding van Ab Weegenaar. Het Zwier van Dijkorgel wordt bespeeld door Sander van den Houten. Als solisten werken mee Andrea Meuleman (sopraan), Hilka IJzerman (alt), Bart van Lieshout (tenor) en Jouke Wijmenga (bas).