11.02.2024

Cantate BWV 181

Leichtgesinnte Flattergeister

Aanvang: 17.00 uur
Prijs:
Collecte na afloop

Categorie:

Cantate 181 kan zich niet in grote populariteit verheugen. Opnames ervan bestaan slechts voor zover uitvoerenden daartoe verplicht waren door hun integrale cantateproject. Die geringe populariteit zou diverse redenen kunnen hebben, zoals onder meer: de cantate is kort, duurt nauwelijks een kwartier en ze heeft geen openingskoor en geen slotkoraal, maar wel een slotkoor. Ze is desondanks zeer de moeite van het uitvoeren en beluisteren waard.

BWV 181 ging in première op 13 februari 1724, op de achtste zondag voor Pasen en daarmee de voorlaatste zondag waarop in de Leipziger kerken nog concertante muziek mocht klinken, die immers gedurende de vastentijd diende te zwijgen. De cantate is niet goed te begrijpen zonder de voorgeschreven evangelietekst, die soms letterlijk wordt geciteerd. Het gaat op deze Zondag Sexagesima om de verzen 4-15 van Lucas 8, waar Jezus zijn volgelingen de gelijkenis van de zaaier voorhoudt, die ook in de evangeliën van Matteüs en Marcus voorkomt. De verbreiding van Gods woord wordt daarin vergeleken met het uitstrooien van zaad.

Een deel van het zaad valt op de weg (an dem Wege (2)) en wordt daar vertrapt of door vogels opgegeten; dat staat voor de Leichtgesinnte Flattergeister (1), lichtzinnige, wispelturige figuren, die Gods woord weliswaar horen, maar het vergeten zodra Belial, een pseudoniem van de duivel, voorbijkomt. Een ander deel valt op rotsbodem (Felsen), waar het weliswaar opkomt, maar geen wortel kan schieten; daarmee zijn degenen bedoeld met een hart van steen (Felsenherzen (2)), die te bedenken krijgen dat zelfs rotsen doordringbaar bleken voor Mozes’ hand en de begraven Christus. Een verder deel van het zaad valt onder dorens (Dornen (3)), waar het erstickt (4), zoals het geloof door aardse lusten (Wollust) en rijkdom (Schätze) wordt overwoekerd (3). En ten slotte valt er een deel op vruchtbare bodem (zum guten Lande (4)), waar het rijkelijk vrucht kan dragen, als in een toegewijd hart. De goede boodschap verschijnt pas aan het slot (5).

Voorganger in deze dienst is dr Rob van Houwelingen, emeritus hoogleraar Nieuwe Testament aan de Theologische Universiteit Kampen-Utrecht. Het Bachkoor en -orkest staan onder leiding van Sander van den Houten. Het Zwier van Dijkorgel wordt bespeeld door Ab Weegenaar.

Als solisten werken mee:

Tamara Ester – sopraan
Hilka IJzerman – alt
Tigran Matinyan – tenor
Lars Terray – bas.