14.04.2024

Cantate BWV 104

Du Hirte Israel, höre

Aanvang: 17.00 uur
Prijs:
Collecte na afloop

Categorie:

In zijn eerste jaar als Thomaskantor in Leipzig schreef Bach zijn Cantate 104 voor de tweede zondag na Pasen, 23 april 1724. In de lutherse kerkelijke agenda is dit de Zondag Misericordias Domini, van de barmhartigheid Gods. Dat komt o.m. tot uiting in de voorgeschreven lezing uit het evangelie van Johannes (10: 12-16), waarin Jezus zichzelf voorstelt als een goede herder die zijn schapen, de gelovigen, naar hun bestemming zal leiden. Reeds het Oude Testament kent de metafoor van de Goede Herder voor God die het volk Israel leidt, bijvoorbeeld in Psalm 80, waaraan de tekst van het openingskoor is ontleend, en in Psalm 23, waarvan het slotkoraal een bewerking vormt.

De Goede Herder

Het idee van de Goede Herder met zijn beelden van lieflijke arcadische landschappen was een favoriet thema in 17e en 18e-eeuwse schilderkunst, poëzie en opera; de muziek beschikt over karakteristieke middelen om de pastorale sfeer op te roepen: hobo’s als opvolgers van de rustieke schalmeien, lang aangehouden basnoten als imitatie van de bourdontonen van doedelzakken en verwante herdersinstrumenten, golvende triolen van parallelle drieklanken in 9/8 of 12/8 maatsoorten, eenvoudige melodieën en consonante harmonieën als verbeelding van de onschuld van volgzame schapen. Denk aan de Hirtenmusik aan het begin van het tweede deel van het Weihnachts-Oratorium, die Bach tien jaar later componeerde.

Maar, aldus Henk Gols in de 21ste eeuw: in de praktijk van de christelijke kerk fungeert de hunkering naar een goede herder niet als een idyllisch wegdromen, maar als een ‘protest tegen absolutistische willekeur en geperverteerde macht’.

Misericordias Domini

BWV 104 is de eerste van drie cantates die Bach voor Zondag Misericordias Domini zou schrijven, naast BWV 85, Ich bin ein guter Hirt (1725) en BWV 112, Der Herr ist mein getreuer Hirt (1731). Het is ook de meest toegankelijke en ongecompliceerde: de woorden Herde of Hirte passeren in elk deel; zij behoorde tot de eerste cantates (de latere BWV-nrs. 101-106) die in 1830 werden gepubliceerd. Maar als Maarten ‘t Hart schrijft dat hier ‘Van begin tot eind dezelfde pastorale sfeer’ heerst, moet worden tegengeworpen dat Bach met zó weinig drama geen genoegen zou hebben genomen: in het openingskoor is de pastorale slechts het decor voor een hartstochtelijke smeekbede, in aria (3) wordt stevig getwijfeld.

Voorganger in deze dienst is ds Hans Slotman, verbonden aan de Nederlandse Gereformeerde Kerk (Eudokiakerk) hier in Kampen. Het Bachkoor en -orkest staan onder leiding van Sander van den Houten. Het Zwier van Dijkorgel wordt bespeeld door Ab Weegenaar. Als solisten werken mee Chris Postuma – tenor en Jouke Wymenga – bas.