J.H. Kok

1. Afstamming

Een blik op de stamboom van de familie Kok geeft informatie over de traditie en het milieu waarbinnen Jan Hendrikus geboren werd. En dan kijken we alleen naar de mannelijke lijn in het besef dat vrouwen vaak een grote rol speelden bij de geloofsoverdracht.

Overgrootvader Albert

Zijn overgrootvader Albert Hilberts (1760-1850) was landbouwer nabij Diever in Drenthe, en ook schoolmeester, koster, voorzanger en oefenaar (prediker) in de kerk aldaar. ‘Meister Albert’ werd hij genoemd. Denk niet dat de familie behoorde tot een arme Drentse bevolkingsgroep. Twee van zijn vier zonen (Frederik en Jan) konden dienst in het leger ontlopen door zich vrij te kopen. Er was genoeg geld om een plaatsvervanger te betalen. De twee andere zonen (Hilbert en Wolter) werden overigens vrijgeloot. 

Grootvader Frederik

Grootvader Frederik (1803-1883) werd ook landbouwer, maar daarnaast was hij koopman en ondernemer in Diever. Hij bezat onder andere een bierbrouwerij en jeneverstokerij. Deze grootvader sloot zich in de jaren dertig van de 19eeeuw aan bij de Afgescheidenen van ds. Hendrik de Cock. In zijn huis werden lessen gegeven voor de opleiding tot predikant en Frederik ging ook zelf die opleiding volgen. Vanaf 1840 was hij predikant, eerst in Dwingeloo, maar later volgden andere gemeenten in het land, waaronder Schoonhoven, waar hij ook docent werd aan de Theologische School aldaar. Hij keerde terug naar Drenthe, zijn laatste standplaats was Beilen.

Vader Albert

Vader Albert Frederik (1829-1874) werd op veel jongere leeftijd dan zijn vader opgeleid tot dominee in de kerk van de Afgescheidenen. In 1852 werd hij predikant in Zierikzee en een jaar later trouwde hij met Johanna Cornelia van Andel, de dochter van een graanhandelaar te ‘s-Hertogenbosch. De zakelijke contacten van zijn vader die immers eigenaar was van een jeneverstokerij, moeten geleid hebben tot het contact tussen Albert en Johanna Cornelia. In hun gezin werden tien kinderen geboren, Jan Hendrikus als hun benjamin op 8 oktober 1871 in Dokkum. Vader Albert overleed daar in 1874. Moeder bleef achter met een gezin met zeven kinderen (in 1865 waren twee dochtertjes en een zoontje overleden) en moest voor het grootste deel zelf in hun onderhoud voorzien. 

2.     Levensloop

Moeder Kok trok met haar gezin naar Kampen. Daar zag ze kansen om het karige inkomen van een domineesweduwe, een paar gulden pensioen per week, aan te vullen. Studenten aan de Theologische School, die van heinde en ver kwamen, hadden een kosthuis nodig. Moeder Kok nam kostgangers in huis en het lukte haar zo om rond te komen met wat ze kreeg via de kerk, het inkomen van de oudste kinderen en het kostgeld van de studenten. En zo redde ze het ook om haar tweede zoon Jacob de opleiding tot predikant aan de Theologische School in Kampen te laten volgen. In 1880 kreeg Jacob een beroep naar Schoonebeek en moeder Kok verhuisde weer, nu naar Leiden. 

Leiden

De negenjarige Jan Hendrikus ontwikkelde zich daar tot een liefhebber van boeken. Hij scharrelde bij de Leidse boekenstalletjes oude boeken bij elkaar, verkocht die door aan broers en onderwijzers. De handelsgeest zat er dus al vroeg in. Na de lagere school werd hij jongste bediende bij de firma Sijthoff in Leiden. Hij was vijftien toen moeder opnieuw verhuisde, terug naar Kampen waar ook haar zus woonde, de vrouw van prof. dr. D.K. Wielenga. Fysiek was moeder Kok niet meer in staat om zo hard te werken als in de eerste Kamper periode. De jongens moesten allemaal een steentje bijdragen. Twee zoons werden bediende in een zaak voor koloniale waren in de Oudestraat en Jan Hendrikus werd jongste bediende bij boekhandelaar G.Ph. Zalsman. Hij bleef daardoor in de boekenwereld.

Kampen

Vanuit deze betrekking klom Jan Hendrikus op op de maatschappelijke ladder. Na een uitstapje naar Almelo (twee jaar bij de firma Hilarius), werd hij filiaalhouder van Zalsman in de Oudestraat in Kampen. In 1894 nam hij voor 300 geleende guldens die boekhandel over en werd hij met alle lef die hij in zich had, zelfstandig ondernemer. De zaak groeide uit tot een uitgeverij die in het hele land bekendheid kreeg. En J.H. Kok werd een gerespecteerd burger van Kampen. 

Huwelijk

Jan Hendrikus trouwde in 1897 met Geertruy Cornelia de Waal (1872-1934), de dochter van een hoofdonderwijzer in Kampen. Zij kregen drie dochters en twee zonen, van wie de jongste zoon (Jacobus Appollonius Gerardus – Jacques) zijn vader na zijn dood opvolgde in de zaak. 

Op 14 oktober 1940 stierf hij na een ziekbed, 69 jaar oud. Zes jaar na de dood van zijn vrouw die hij zeer liefhad. Het is een gelukkig huwelijk geweest, dat bleek uit de afscheidswoorden die de oudste zoon (Albert Frederik) uitsprak bij het graf op de begraafplaats van IJsselmuiden.

3. Uitgeverij

Voor menig boekenliefhebber van protestants-christelijken huize stond een uitgave van Kok symbool voor kwaliteit, zowel in uitvoering als in inhoud. Tussen, naar schatting, 1965 en 1990 waren de letters K O K op de rug van het omslag met de tweede K in spiegelbeeld, in die huiskamers een vertrouwd beeld. 

Die merknaam met bijbehorend imago ontstond niet een, twee, drie. 

Jan Hendrikus Kok nam in 1894 de boekhandel van Zalsman over, in een pand aan Oudestraat 13 in Kampen. Een prachtige locatie, tegenover de panden waar de Theologische School van de Gereformeerde Kerken was gevestigd. Als jongste bediende begonnen, werd hij nu zelfstandig ondernemer van een zaak die al enige bekendheid had in Kampen. J.H. breidde zijn aanbod van nieuwe boeken uit met antiquarische. Deze kocht hij in massa op, ook in Duitsland en Engeland, hij verkocht ze per catalogus of veiling. J.H. had genoeg afzetgebied onder de studenten van de Theologische School die  hij op vriendschappelijke en zakelijke wijze benaderde met adviezen en aantrekkelijke prijzen.

Bijbelverklaring Matthew Henry

Daarnaast zette hij de eerste stappen in de uitgeverswereld. Een waagstuk was de uitgave van de Bijbelverklaring van Matthew Henry, een Britse predikant uit de 18e eeuw. Die verklaring in 9 delen gaf in begrijpelijke taal voor zowel theologen als leken “een vertolking van de Bijbel als Gods Woord, toegepast op het leven van alledag”. Er rustte zegen op, de uitgave werd tot in deze 21ste eeuw nog door Kok verkocht.

Van de ene uitgave kwam de andere. Met Uitgeverij Kok richtte J.H. zich op de gereformeerde wereld, maar dan wel in de breedte ervan. Naast theologische werken bracht Kok ook christelijke streek- en familieromans uit. 

VCL-reeks

J.H. had een goede neus voor mogelijkheden: hij nam in 1909 de failliete Uitgeverij Höveker en Wormser over. Dat was de uitgever van werk van Abraham Kuyper en van de VCL-reeks. Als uitgever van Kuyper vestigde Kok zijn naam in de kring van de Doleantie. Voor hedendaagse lezers is enige uitleg bij het begrip VCL-reeks nodig: in 1844 richtte uitgever Höveker in Amsterdam de Vereeniging ter bevordering van Christelijke Lectuur op. Wie lid werd voor vijf gulden per jaar kon tegen heel redelijke prijzen (christelijke) romans aanschaffen. Veel Nederlandse vrouwen hebben van deze mogelijkheid gebruik gemaakt en de reeks heeft als zodanig meegewerkt aan hun sociale ontwikkeling. De reeks bestaat nog steeds, zij het onder een andere naam: Z&K Romanserie, naar: Zomer & Keuning, nu ook een onderdeel van Kok).

Het christelijke boek

Voor uitgever Kok legde deze overname geen windeieren. Integendeel, J.H. besefte maar al te goed dat een goedlopend fonds van uitgaven de mogelijkheid bood om werken op de markt te brengen die een veel kleiner publiek bereikten. Alles echter wat hij uitgaf toetste hij aan zijn eigen criterium: “Ik sla liever zelf mijn persen kapot, dan dat ik iets druk in strijd met Gods Woord.”

Dat Gods Woord door mensen gelezen en uitgelegd wordt, en daardoor verschillend geïnterpreteerd kan worden, accepteerde hij. Hokjesgeest was hem vreemd. Hij moet de passie van zijn moeder voor de uitleg van Gods Woord voor ogen gehouden hebben. Zij las Kuyper en Gispen, maar ook Macduff en Spurgeon. Naast de werken van Abraham Kuyper, die hij zeer bewonderde, gaf hij ook werken uit van theologen die een andere uitleg voorstonden. Willekeurig enkele namen: ouderen als Herman Bavinck, jongeren als Jan Ridderbos. 

Bij zijn uitgaven hield hij ook oog voor de ‘gewone man en vrouw’. Hij had één ideaal: “De machtige wereld van het gedrukte woord te ontsluiten voor het goede, christelijke boek. In die wereld te getuigen van de komst van Gods Koninkrijk.” (aldus de oudste zoon bij J.H.K’s  overlijden)

Mede daarom gaf hij de ‘Statenvertaling’ met kanttekeningen onderaan de pagina’s uit. En ‘De Korte Verklaring der Heilige Schrift’, 61 zwarte, gebonden deeltjes die in menige boekenkast in protestants-christelijke huiskamers stonden.

Natuurlijk sloeg hij ook wel eens de plank mis. Zo weigerde hij ‘Bartje’ en ‘Hilde’ van Anne de Vries op te nemen – te frivole scènes? De Kinderbijbel van Anne de Vries kwam wel van zijn persen, maar hij bleek dan ook meer vertrouwd met Bijbeltaal dan met literaire taal.

Een gewaardeerd man 

Een goed zakenman én een bekwaam en gewaardeerd uitgever. Hij onderhield persoonlijk contact met zijn auteurs en tussen hen was een wisselwerking. Hij wist ze te motiveren, enthousiast te maken. Hij zocht auteurs bij ontstane ideeën voor onderwerpen, maar ook omgekeerd wist hij onderwerpen te vinden voor auteurs van wie hij het schrijverstalent kende. Zijn vriendelijkheid en warme belangstelling voor mensen werden geroemd bij zijn overlijden. Hij zorgde goed voor zijn personeel, pas bij uiterste noodzaak (denk aan de crisisjaren voor de Tweede Wereldoorlog) ging hij over tot inkrimping van zijn bedrijf. 

Gemakkelijk in de omgang, maar ook opvliegend en in staat om brieven ‘op poten’ te schrijven. Maar de herinnering van zijn personeel aan J.H.Kok blijft die van ‘royale Jan’, de man die in de avonduren even langs de eetkamer liep waar zijn hulp in de huishouding dan verbleef met haar verloofde om hun de krant te brengen, en een paar sigaren.

KokBoekencentrum

De dood van Jan Hendrikus betekende niet het einde van de uitgeverij. Het bedrijf ging steeds meer een brede rol vervullen in het totale spectrum van levensbeschouwing en religie, onder andere door overname van andere uitgeverijen (zoals Voorhoeve, Ten Have, Callenbach, Gooi&Sticht, AnkhHermes). In 1998 verkocht de familie Kok haar aandelen aan de uitgeefcombinatie VeenBosch&Keuning. Kok bleef haar eigen profiel behouden. In 2010 verhuisde het bedrijf naar Utrecht. In 2017 werd de hervormde concurrent Boekencentrum overgenomen en veranderde de bedrijfsnaam in ‘KokBoekencentrum’. 

4. Maatschappij

Eind jaren negentig van de twintigste eeuw was er een commercial van de stichting ideële reclame: ‘Wie is die man die op zondag het vlees snijdt?’ SIRE  had als doel om mannen meer bij de opvoeding en zorg voor hun kinderen te betrekken. 

Was Jan Hendrikus Kok zo’n man? Overdag druk met ‘de zaak’ (zoals de uitgeverij altijd is genoemd in de familie) en daardoor veel op reis. ’s Avonds naar een vergadering voor kerk, organisatie of gemeente. Een man die alleen zondags aanwezig was voor zijn kinderen?

Uit de woorden van zijn oudste zoon, uitgesproken bij zijn graf, komt het beeld naar voren van een vader die ‘een innige liefde droeg voor zijn kinderen’. Een vader die wel eens wat haastig reageerde of onbillijk was, maar daarover met ‘een klein teken van hartelijkheid’ zijn spijt betuigde. 

Man van zijn tijd en traditie

Het is maar de vraag of we het recht hebben om een man langs de emancipatie-meetlat van een eeuw later te leggen. J.H. Kok vertegenwoordigde een typische generatie van gereformeerden: daadkrachtig, actief. Vooral in de navolgers van Hendrik de Cock en Abraham Kuyper trof je deze mannen aan. En ook Kok was een bewonderaar van Kuyper. Hij vond het een eer dat hij zijn werken mocht uitgeven. 

Dat activisme doordesemde de breedte van de gereformeerde kerk: de strijd voor christelijke scholen, hogescholen en universiteiten (denk aan de VU in Amsterdam), de oprichting van christelijke organisaties als politieke partijen (ARP), van christelijke kranten (De Standaard), van christelijke armen- en ziekenzorg. In die tijdgeest leefde en werkte Jan Hendrikus Kok.  

Maatschappelijke functies

Voor de zaak had J.H. Kok veel landelijke contacten en bij zijn overlijden werd zijn inzet voor de ontwikkeling van de (christelijke) boekhandel dan ook geprezen. Hij was bestuurslid van de Vereniging tot bevordering van de belangen van de boekhandel en van de Bond van christelijke drukkerspatroons. Hij vertegenwoordigde in de Kamer van Koophandel het grootbedrijf en was lid-werkgever van de Raad van Arbeid in Zwolle. 

Voor de stad Kampen was Kok meer dan twintig jaar gemeenteraadslid (ARP) en ook enkele jaren lid van de Provinciale Staten. Hij diende de belangen van de Theologische Hogeschool en het Gereformeerd Gymnasium. Voor het voortbestaan van het GG, heeft hij zich volop ingezet. Niet alleen als uitgever door de bibliotheek aan te vullen, maar ook als lid van het curatorium. Samen met theoloog S. Greijdanus en rector J.J. Esser vormde hij in 1925 een keuringscommissie voor literaire werken. Op basis van hun adviezen stelde de Commissie van Toezicht een lijst op van boeken voor de moderne talen. Vooral de Tachtigers werden onder een vergrootglas gelegd en de meesten werden afgekeurd, als zijnde atheïstisch, antichristelijk of agnostisch. Daarmee verdween ook ‘Armoede’ van Ina Boudier-Bakker uit de bibliotheek.

Naast een adviserende rol, had hij ook meermalen een bemiddelende rol tussen bestuur, leraren en leerlingen. Ook de gymnasiasten uit die eerste decennia van de twintigste eeuw zochten de grenzen op van de hun toegemeten ruimte. Om de organisatie van hun jaarlijkse kunstavond in goede banen te leiden (wel of geen toneel) raadde Kok aan om leraren als adviseur van de schoolvereniging Utile Dulci (=het nuttige met het aangename) te benoemen. Utile Dulci weigerde dit. Geen toneel? Dan ook geen kunstavond!

Brede belangstelling en betrokkenheid

Toch was Kok niet iemand die star volgens de wetten van de Schrift leefde. Dat bleek wel uit zijn eigenhandig geschreven brochure ‘Zondagsrust of Zondagsheiliging’. (1929) 

De rust van de zondag moet Jan Kok nodig hebben gehad, als je ziet hoeveel tijd hij aan maatschappelijke instellingen moet hebben besteed. Het lijstje is nog aan te vullen: voorzitter-regent van de Van Gelderstichting, regent van het Grootburgerweeshuis, voorzitter van het College van Regenten der Weeshuizen. Zijn zorg voor mensen strekte zich uit tot buiten de grenzen van Kampen: veel jaren was hij voorzitter van het bestuur van het Rust- en Ziekenhuis ‘Salem’ te Ermelo.

En dan was er nog zijn grote betrokkenheid bij de Gereformeerde Kerk van Kampen. Van 1901 tot 1914 was hij diaken en later voorzitter van het College van Beheer. Toen er een fikse ruzie in de kerkenraad ontstond rond dominee Wisse en zijn traktement, probeerde Kok rust in de tent te krijgen door de feiten in een brochure weer te geven. (1912)

Dat Jan Hendrikus Kok benoemd werd tot Ridder in de Orde van Oranje-Nassau hoeft na deze opsomming van wat hij heeft kunnen betekenen voor de samenleving, geen verbazing te wekken.

5.

Agnes Amelink – De gereformeerden (Uitgeverij Bert Bakker Amsterdam 2002)

H.H.J. van As – Ick hield koers, in: Reformatorisch Dagblad, 9 september 1994

Bert Endedijk – Zin in boeken, uitgeven binnen christelijke traditie, Kampen 2017

Drs. H.G. Leih – Geschiedenis van de Gereformeerde Kerk van Kampen (Uitgeverij Kok Kampen, 1994)

Drs. H.G. Leih – Leren voor het leven. 1896-1995 van Gereformeerd Gymnasium tot Johannes Calvijnlyceum (Uitgeverij Kok Kampen 1995)

J. Ridderbos – Jan Hendrikus Kok 1871 – 1940, in: Kamper Almanak 1951

De afgescheidenen van 1834 en hun nageslacht – deel familie Kok (Eemster) – pag. 404-419

100 jaar Kok, Kok Kampen een begrip in boeken – uitgave Kok Kampen t.g.v. jubileumjaar 1994

Jan Hendrikus Kok, de uitgever – Een beschouwing een herinnering (toespraken bij begrafenis van J.H. Kok, oktober 1940)

Bronnen